Voedingsstoffen 1 van 6: Koolhydraten

In deze zesdelige blog ga ik het hebben over de zes typen voedingsstoffen: Koolhydraten, vetten, eiwitten, vitaminen, mineralen en water.

Koolhydraten of sachariden zijn de meest voorkomende organische verbindingen op aarde. In planten worden koolhydraten hoofdzakelijk aangetroffen als reservevoedsel (suikers, zetmeel) maar ook als structuurmateriaal (cellulose).

Autotrofie: In staat om door fotosynthese koolhydraten op te bouwen uit koolstofdioxide en water. De nodige energie hiervoor wordt door zonlicht geleverd.
Heterotrofie: uit glucose worden, in levende organismen, andere koolhydraten zoals zetmeel gevormd.

SUIKERS: suikers kunnen van nature voorkomen in onze voeding, zoals in fruit (fructose) of in druiven (glucose). Maar ook in disachariden zoals biet- or rietsuiker (sacharose) en melksuiker (lactose) Veel suikers worden vanuit de fabriek of in de keuken aan ons eten toegevoegd.
Koolhydraten zijn belangrijk als energieleveranciers voor de mens. Meer dan de helft van onze energiebehoefte is het best te halen uit koolhydraten. Door oxidatie van glucose, die in al onze lichaamscellen met behulp van zuurstofgas plaatsvindt, wordt de opgeslagen energie vrijgemaakt.

Planten produceren o/a/ koolhydraten (suikers en zetmeel). Dieren en mensen gebruiken die als voedingstoffen: gedeeltelijk als bouwstof voor nieuwe weefsels, maar hoofdzakelijk als brandstof.

In het geval van brandstof wordt het element koolstof omgezet tot koolstofdioxide, dat bij de ademhaling weer in de atmosfeer komt en weer door planten gebruikt wordt om koolhydraten mee op te bouwen.

ZETMEEL: Aardappelen, graanproducten, rijst en deegwaren, peulvruchten en groenten zijn rijk aan zetmeel. De dierlijke variant van zetmeel is glycogeen, dat aanwezig is in orgaanvlees zoals bij lever. Voor ons zijn aardappelen en graanproducten zoals brood de belangrijkste zetmeelbronnen.

Aardappelen zijn belangrijk als bron van vitamine C, vitamine B1 en ijzer. Ook zijn aardappelen nuttig bij een maaltijd omdat ze extra volume geven en daarmee verzadiging. De aardappel bestaat voornamelijk uit zetmeel, eiwitten en water. De verhoudingen daarvan variƫren sterk tussen de rassen van aardappel. Koolhydraten tussen de 12 en 30%, eiwitten tussen de 1.3 en 5% en watergehalte van 72 tot 82%. Hoe hoger het zetmeelgehalte van de aardappel des te bloemiger hij is.

Graangewassen zoals rijst, mais, tarwe, rogge, gerst en haver behoren tot de belangrijkste voedingsgewassen op aarde. Dit omdat ze lang bewaard kunnen worden en gemakkelijk tot allerlei voedingsmiddelen verwerkt kunnen worden. Ze leveren 60% van de nodige energie in de vorm van zetmeel en 40% van de nodige eiwitten voor de mens.

  • De zemel (rijk aan vezelstoffen, mineralen en vitaminen)
  • De kiem (rijk aan enzymen en vetstoffen)
  • Het endosperm of meellichaam (rijk aan zetmeel)
  • De aleuronlaag (rijk aan eiwitten, vetstoffen en vitaminen)
  • De belangrijkste koolhydraten
KoolhydratenVoorbeeldWaar zit het in?
MonosacharidenGlucose, fructose, galactoseFruit, honing, melk
DisacharidenSacharose, maltose, lactoseSuikerbieten, suikerriet, kiemende zaden, melk en melkproducten
OligosacharidenMaltodextrine, raffinose, fructo-oligosacharidenGroenten, tarwe, bananen
PolysacharidenZetmeel, glycogeen, celluloseAardappelen, granen, graanproducten, peulvruchten, lever

Glucose wordt snel in bloed opgenomen, ontstaat tijdens de vertering van suiker en zetmeel. Het wordt opgeslagen als glycogeen in de lever en in het spierweefsel, als de bloedsuikerspiegel daalt wordt uit glycogeen weer glucose vrijgemaakt.

Sacharose is puur en simpel een smaakstof, het levert enkel energie.

Zetmeel wordt tijdens de vertering langzaam afgebroken tot glucose. Voor een energie-explosie is een glucose-tablet of een suikerklontje aan te bevelen, maar voor langdurige prestaties is zetmeel beter, in de vorm van bijvoorbeeld aardappelen, groenten, fruit en volkorenproducten.

Voedingsvezel is een verzamelnaam voor de onverteerbare stoffen die in plantaardige producten voorkomen. Cellulose, pectine, hemicellulose en lignine zijn bestanddelen van de voedingsvezel. Deze koolhydraten zijn onverteerbaar en hebben een waterbindende werking. Ze zijn nodig voor een goede darmwerking.

CONCLUSIE: Koolhydraten zijn de belangrijkste leveranciers van energie voor ons lichaam. Hierbij gaat het om energie voor direct gebruik, maar ook energieopslag voor later gebruik. Daarnaast brengen ze ook vitaminen en mineralen binnen en zorgen de voedingsvezels voor een goede darmwerking. Een teveel aan energieopslag zorgt voor overgewicht en alle problemen die daarbij horen. Dus wees niet bang voor koolhydraten, gebruik ze waar nodig en kies voor de varianten die meer bieden dan alleen energie. Laat de producten met toegevoegde suiker staan, dat is nergens voor nodig.

Share:

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on pinterest
Pinterest
Share on linkedin
LinkedIn